Het was 07:00 uur ’s ochtends en de mist hing nog dik over het veld van De Berenkuil. We wisten dat de tegenstander zich ergens in de noordelijke sector had ingegraven, maar zicht was letterlijk nul. Dit is het verslag van een zaterdag die begon als een rustige patrouille en eindigde in absolute chaos.
We besloten om met een kleine squad van vier man via de oostflank te pushen. Mats nam de point, Jamie dekte onze rug, en ik probeerde via de radio contact te houden met command. De stilte was oorverdovend, op het gekraak van takken onder onze kisten na.
Na twintig minuten sluipen zagen we de eerste schimmen. Ze hadden een verdedigingslinie opgezet rondom de oude bunker. We hadden het element of surprise, maar we waren zwaar in de minderheid. Tijd voor een beslissing: terugtrekken of all-in gaan.
De hinderlaag die alles veranderde
We kozen voor all-in. Op mijn teken openden we het vuur. De eerste seconden waren pure verwarring aan hun kant. We wisten er drie uit te tikken voordat ze doorhadden waar we zaten. Maar toen kwam de tegenaanval.
Op dat moment hoorde ik alleen nog maar het getik van BB’s op de bomen om ons heen. Het was alsof het regende, maar dan met plastic.
We moesten terugvallen. Jamie gooide een rookgranaat — een van de weinige momenten dat de wind wél meewerkte — en onder dekking van de dikke witte rook namen we een nieuwe positie in. Vanaf daar konden we ze in een chokepoint dwingen.
Uiteindelijk hebben we de bunker niet gepakt, maar we hebben hun hele opmars wel een uur lang vertraagd. En eerlijk? Dat was misschien nog wel mooier.